Mooie, vreemde en ongewone uitspaken.

Vrouwen bloot, handel in de sloot

Vrouwenborsten bloot, mannenhanden dood.

De achterkant is niet de koopmanskant

Achter wonen geen mensen

Ambtenaren verkorten je leven

De oudste bok heeft de grootste hoorn

Hij heeft zijn bek – mond met 2 handen beet (brutale, zeer grote mond)

Gluren kan het best met  de gordijnen dicht

Hij moet zijn verstand niet te vaak gebruiken, anders slijt het te snel

Als jij niet rijk wordt, ligt dat alleen maar aan het geld

Verneuk de massa, en spek de kassa

Massa=kassa

Ik wordt alleen maar heet van de oven (uitspraak van een altijd vrijgezel gebleven bakker)

Een tweede kut kost je de hut ( als je als middenstander een buitenechtelijke relatie aangaat, kost je dat uiteindelijk de zaak)

Geen kabel zo sterk als één schaamhaar

Hoeren en sloeren

Goed eten en drinken, dan krijg je geen honger en dorst

Bouwen is rouwen (veel ellende met vergunningen en afspraken)

Ik heb nog nooit een vel papier scheef in de typemachine gehad (altijd alles naar eer en geweten afgehandeld )

Hij is de duivel uit de kont gekropen

Hij is bij de duivel van de plank gerold

Hij is bij de duivel uit de kruiwagen gerold

Jeuk is soms erger dan pijn (de gevolgen van een buitenechtelijke relatie)

Schrijf het maar onder de zool van je schoen, dan slijt het er wel weer af (geen geld willen aannemen voor een vriendendienst)

Je mag wel herkauwer zijn, zo duur is het eten hier

Gebruikt is bij ons nieuw

Als het water tot de lippen staat, moet je niet door de knieën gaan

Als de duivel een dochter heeft, dan is zij het wel (over een verschrikkelijk vervelend viswijf)

De ene mag wel een koe uit het land stelen, terwijl een ander niet eens over het hek mag kijken.

Hij is rechtstreeks uit de hel komen vallen (over een gemeen en slecht persoon)

Hij is zonder tussenstop uit de hel gedonderd                 idem

Hij heeft nog wel een pen, maar geen inkt  (over een gecastreerde hond)

Het meeste regenwater valt toch naast ons neer

Wat vandaag valt, hebben we morgen niet meer  (regenbuien)

Je moet maar zo rekenen: het is schoon water  (regenwater)

2 kapiteins kunnen niet 1 schip aanleggen (er kan er maar 1 de baas zijn)

Aan de dunste twijgjes hangen de dikste pruimen ( over een volslanke vrouw met een stevige boezem)

Die keer dat jullie echte Borgers eten, krijgen jullie direct maagkrampen (over slechte aardappelen uit De Wâlden).

Jezelf ophangen is levensgevaarlijk: als het touw knapt, kun je wel dood vallen!!

Het bezit van een (eigen) zaak, is het begin van het vermaak  ( vrijheid als ondernemer, meer verdienen dan een ander)

Als ze bij ons het erf opkomen doen ze de hoed al af: een vreselijk dure tuin/bestrating

Om de gaten heen droog  (zeer slecht dak met lekkage)

Op de gaten na droog (lekke boot)

Een hardloper ziet het  niet, en een blinde wil het graag zien (over iets wat niet helemaal past bij de rest)

Een langzame loper staat het vaakst te praten (heeft het wel aan tijd)

Tweede hands is tweede kans

Stuk stront: wie heeft jouw gescheten (eigenwijs persoon)

Bont van boven, maar stront van onderen

Zijn/haar stront stinkt ook

Hij/zij schijt ook maar een gewone keutel  (4x dezelfde: ze kunnen de neus wel hoog hebben, maar het zijn ook maar gewone mensen)

Je kunt met hem wel wandelen, maar niet handelen (onbetrouwbaar)

De keutel niet altijd bij het schoonste uiteinde vastpakken. ( niet altijd gelijk willen hebben)

Van kleine slokjes word je ook dronken (het hoeft niet altijd snel te gaan)

Hij spuugt erin om meer te krijgen  (over een drankverslaafde)

Hij heeft een hele grote bovenkamer, maar die is bar slecht gemeubileerd. (dom)

Zoals de stof is geknipt, wordt die ook genaaid/ de stof wordt genaaid zoals die is geknipt

Als hij dicht is, is hij open, en als hij open is, dan is hij dicht. (IJsbaan)

Kunst en natuur zijn te duur. (teveel subsidies e.d)

Geboren in de kerk, en opgevoed door de paus. (hypocriet, en alles is mogelijk)

Een enkeling is een drenkeling: het valt niet mee om als eenling  de kop boven water te houden)

Wel voeding, geen opvoeding (a-sociaal gedrag)

Van sneeuw heb je 3 keer last:  als het valt, als het er ligt, en als het verdwijnt

Ik ben thuis de baas, maar mijn vrouw beslist

Een goede baas is een dode baas (bazen zijn slecht)

Je wordt hier niet behandeld, maar mishandeld (slechte manier van doen)

Bij de één de kachel, en bij de ander de pijpen (niet alles van één leverancier)

Ho en Mo:  een stel homofiele jongens/mannen

Heb je een hond, heb je stront

Dode boel hier (Kerkhof)

Echt druk is het hier niet (Kerkhof)

Hij is nog niet in zijn laatste leugen gestikt: over iemand die veel liegt, en dat blijft doen

Hij heeft net zoveel ruggengraat als een slak (een slak is ongewerveld)

Het aapje bij iemand op het schouder zetten: het initiatief MOETEN nemen

Hij heeft vorige week een receptie/feest  gehouden: hij had 25 jaar NIET gelachen!

Ik heb ronde schouders, en een gladde kont. De ellende valt wel van mij af, het raakt mij niet!

Zij maakt zich op (make-up)  met scheermesjes:  Zeer pokdalig gezicht met veel rimpels e.d.

Je moet nóg meer liegen, anders geloven ze je niet.

Interpret  = Internet/het net

Eerst de BMW, en dan de BTW (Instelling/houding van jonge/nieuwe ondernemers)

Suiker, de witte dood

Zelfs in mijn laatste tocht met de lijkwagen, wil ik nog niet langs zijn huis (zeer kwaad)

Je hebt eerder een kind dan € 1000,00  bijeengespaard

Box 4:   zwart geld

Heb je ineens andere ballen in je zak hangen?  Over iemand die 100% van mening is veranderd.

Je houdt ze niet in een kruiwagen, het zijn net kikkers (mensen die overal en nergens mee bezig zijn)

Je eindigt zoals je begonnen bent: met een fruithapje

Als hij schijt, stinkt hij net als jij en ik (over dikdoenerij)

Als het rijstepap regent, moet je jouw bord niet op de kop houden (als er iets te verdien valt moet je er bij zijn.)

Het is net als bij de groenteboer: op het laatst zijn de laatste de mooiste (als alles bijna op is, is het restant ineens ook goed genoeg).

Het geld wordt eindelijk opnieuw verdeeld: uitkering van verzekeringsgeld na de zware storm van 28 oktober 2013.

Je zit aan de goede kant van de postzegel:  jij hebt de postzegel geplakt op de factuur (schuldeiser). De ontvanger van de postzegel moet de rekening nog betalen.

Gaten?  Ik ben gek op gaten: als er geen gat was geweest, had ik hier niet gezeten.

Zij zijn zo vaak op vakantie, dat ze inentingen voor Nederland moeten hebben.

Ze halen de knopen nog van je jas (belastingdienst)

Cement en steen komt altijd goed: iets te pas maken met wat voorhanden is

Zij kan beter een BH maken van 2 bierdopjes (over zeer kleine borsten)

Zij is zo mager, als ze in de volle zon loopt, zie je het hart slaan (zo mager dat ze bijna doorzichtig is)

Boompje groot, planter dood.

Koop een boot en je werkt je dood

Het is zo warm, wij hebben allen nog maar de elektrische deken op bed liggen

Het gaat er niet om wat je kunt, maar om wie je kent.

Luie mensen hebben het ’s avonds druk.

Met azijn schrijven i.p.v. inkt  (in zeer scherpe bewoordingen)

Hij loopt hier rond als Jezus in de grondverf  (veel poeha)

Mensen zijn als boeren in februari ( In februari zit 1 dag meer dan de andere maanden)

Consultatiebureau = Consternatiebureau

Het is net als met pannenkoeken: de eerste mislukt meestal:  een jonge moeder over pasgeboren baby’s

Hij kon eerder liegen dan praten

Hij heeft ze wel allemaal, maar niet alle contactjes  zijn aangesloten  ( over iemand met een geestelijke beperking)

Als ik de brief op de kop houd, staat er precies hetzelfde. (over een onleesbare brief van een huisarts met veel medische benamingen)

Hij gaat vaker naar de bakker dan naar de kapper

Waar mijn klompen ook gaan en staan, ik spreek Fries

Nee is ook een antwoord

Als je duur wilt bouwen heb je 3 mogelijkheden: of je gaat heel diep de grond in, of je gaat heel hoog de hoogte in, of je neemt een architect

Brandsma is koopman (als een woning/gebouw met opzet in brand wordt gestoken)

Als je rechts slaat, spat links het plamuur eraf (over een vrouw met héél veel make-up)

De hoge heren krijgen een steeds bredere stropdas (worden steeds rijker)

De man die snel beslist brengt geld in de kist, maar niet de perfectionist die de aansluiting mist.

Als de koopman het hoofd heeft gewend, is de koop geschend.

Ik wil geen geluk in de rug hebben.

Het leven is een feestje, maar je moet wel zelf de slingers ophangen!

Hij heeft roest op de ritssluiting van zijn portemonnee:  Geeft weinig uit!

Niets in het leven komt automatisch, alleen lang haar en luizen

Te klein als varken, maar te groot als big  (het zit er tussenin)

Te klein als tafellaken, maar te groot als servet (idem)

Hij heeft uiteindelijk maar een heel klein stukje grond nodig (over een pronkerige boer die steeds grond bijkoopt)

Een Kollumer bakje:  koffiekopje voor driekwart vol.  Zuinigjes.

Zwaar in de schoenen staan:  zeer kerkelijk/godsdienstig

Een lijkwagen heeft nooit een aanhangwagen: hoeveel geld je ook hebt, je kunt het niet meenemen

Alle weelde is nog geen pracht:  ook mensen met veel geld hebben problemen

Je hoeft geen kip te zijn om een ei te beoordelen (je hoeft niet altijd over kennis te beschikken om een mening te hebben)

Jij hebt gewoon altijd heel veel schaduw om je heen: tegen een te dik persoon.

Jogging pak:  een ander woord voor Pools trouwpak

Het varken is vergeten dat hijzelf ooit big is geweest (ouderen die opmerkingen  maken over “fouten” van jongeren)

Wat mijn ogen zien, vernielen mijn handen.

Onder druk wordt alles vloeibaar. ( als ergens veel druk op staat, is iedere strohalm er eentje)

Geen rimpeltje in de vijver:  geen problemen/meningsverschillen

Goed bereid kost tijd:  over het klaar maken van eten en koffie

Als iedereen een beetje meeloopt, wordt het een drukke optocht.

Kansarm is altijd nog beter dan kansloos.

De dieren hebben het in Nederland beter dan de bejaarden.

Op is tekort:   grote eters.

Wat later hier, wat later bier.

Hij heeft een zandwinkel  (begraven)

Hoe groter het wonder, hoe meer gedonder (problemen door vergevorderde techniek)

Zij kan wel een salto maken in een TL buis (zeeeer  mager)

Van werk komt werk

Door mijn handelswijze blijven de prijzen van de huizen in onze straat laag  (veel rommel op het erf)

Je verleden is verdwenen:  na een verwoestende brand

Hij kon zijn handen wassen in z’n onderbroek:  overmatig angstzweet

Een lopende hond vindt altijd botjes (een vliegende raaf vangt altijd wat)

Hoe groter de geest, hoe groter het beest

Hij staat midden in zijn kleren (zeer mager)

Zijn hoofd is zo groot als een badkuip, maar zijn hersenen passen in een doperwt.

Surinaamse melk:  chocolademelk

Voor 10 uur ’s ochtends zijn we allemaal idioot:  te veel en te snel werken voor de baas.

De krenten zijn uit de pap, en de pap staat er nog.  Al het mooie spul is verkocht, en de restanten staan er nog.

Wie loopt, verkoopt. Wie veel onderweg is, doet altijd wel ergens handel

Hij werkt zeker bij Staatsbosbeheer     –   Een overwoekerde tuin

Het is niet de gek die het maakt, maar de gek die het koopt –  over nutteloze voorwerpen

Ziekte is menselijk, maar niet wenselijk

Als iedereen zijn vuile was op een grote hoop zou gooien, en je moest er daarna weer wat uithalen, zou je toch weer je eigen pakken.  –  Je hoeft de ellende van een ander niet.

Je kunt beter met een warme hand gaan, dan met een koude –  de erfenis tijdens het leven weggeven

Cultuur vindt in je hoofd plaats, en niet in de Hoofdplaats –  over Culturele Hoofdstad 2018

Hij heeft ze niet alle 24 meer in een kratje  –  een beetje vreemd

Eerst het breekijzer, en dan het strijkijzer.

Ik kijk wel omhoog, maar ik wil nog niet omhoog –  nog niet dood willen.

Afwachten en dagen tellen  – over naderend onheil/de dood

Zolang er een kraan is, is er soep –  men kan de soep aanlengen

Iedereen krijgt wel een juslepel vol uit de grote pan – ieder huisje heeft zijn kruisje

Iedere koe heeft wel een vlekje – niemand is onfeilbaar.

De bakker opzeggen –  dood

Als God gewild had dat we allemaal zouden roken, hadden we allemaal wel een schoorsteen op ons hoofd.

Met de zon mee kruipen – zeer langzaam

Zij heeft niet de broek aan, zij heeft een harnas!

Alzheimer briefjes –  spiekbriefjes / memo briefjes

Het is zoals het is, want anders was het wel anders.

Te duur voor de vakantiebon –  hij levert slecht werk

Penning zestien –  geld

Alzheimer hotel – bejaardentehuis

Psalmpomp – kerkorgel

Bij de viskar heb je altijd beet.

Pigment beperkt – tijdens de Zwarte Piet discussie