Hjir is Bernhard.

Dit was in de Tweede Wereldoorlog de code die het verzet van Broeksterwâld gebruikte bij onderlinge communicatie. Nu wil het toeval dat ik al enig tijd bezig was met het lezen van de geschiedenis van Dokkum in de oorlogsjaren, en natuurlijk komt daar ook het oorlogsmonument ter sprake wat op het Noorderbolwerk staat. Dit monument is monument 2recentelijk geheel vernieuwd omdat de uiterst zachte kalkzandsteen te ver geërodeerd was en de afbeeldingen en namen steeds minder herkenbaar werden. Toevallig zijn wij in het bezit gekomen van de oude bewerkte platen van dit monument, en op één van deze platen staat het wapen van Dokkum met daarbij het opschrift:  17 stierven als oorlogsslachtoffer. Maar dan stopt het: geen lijst met namen. Maar in het boek waar ik nu mee bezig ben staan ze alle 17 wél vermeld, en één daarvan is Oege Monsma uit Broeksterwâld. En dat is apart, want hoe komt een inwoner van ons dorp op de lijst met oorlogsslachtoffers van Dokkum? De in 1888 geboren Oege Monsma  was een zoon van Ate Monsma en Antje Wolters. Hij trouwde  met Gerritje Stielstra die in januari 945 overlijd. Zij woonden lange tijd aan De Streek, maar dat werd na de dood van Gerritje  het woonhuis van zoon Ate.  Oege verhuisde naar zijn broer Dirk Ates Monsma in Broeksterwâld . Het blijkt een heel vreemd en vooral heel sneu voorval te zijn wat zich afspeelde op de dag voor  de bevrijding van Dokkum. De N.B.S.  (de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten)  hadden in Dokkum een aantal Landwachters  gevangen genomen, en dat werd al snel bekend in Leeuwarden, van waaruit een aantal Landwachters naar Dokkum afreisde om hun maten te ontzetten. Bij het naderen van de stad wilde men zich indekken door een paar willekeurig gekozen burgers op de spatborden te zetten als menselijk schild. Die bewuste dag reed Oege Monsma op zijn fiets  naar Dokkum om te zien of zoon Ate  al weer terug was in Dokkum. Ate was n.l. door de Duitsers gedwongen om vluchtende soldaten weg te brengen met zijn paard en wagen, en Oege wilde gewoon even weten of hij thuis wasoege monsma. Maar hij was  op het verkeerde moment op de verkeerde plek, want hij moest onder dwang plaats nemen op de auto. De inzittenden waren inmiddels uit de auto gestapt, en liepen nu gewapend naast de auto. Vlak voor de Woudpoortsbrug  vond een schietpartij plaats tussen de  Landwachters en de N.B.S.  De 15 jarige Piet Eekhoff die net als Oege  ook op een spatbord zat, werd dodelijk getroffen en ook  Oege werd getroffen door kogels van de N.B.S. (dit waren  mensen van het verzet) en was zwaar gewond. Omdat hij niet snel genoeg vervoerd kon worden naar Leeuwarden verloor hij heel veel bloed, en kon hij pas de volgende dag worden geopereerd. Enkele dagen daarna is hij overleden en begraven op het kerkhof van Aalsum.  In het boek van de onlangs overleden Gosse Minnema wordt dit voorval ook beschreven, en eindigt daar met de zin die op de grafsteen staat: Hij werd op de dag van de bevrijding door de bezetter neergeschoten. Vreemd genoeg staat er in het boek wat ik nu onderhanden heb een andere tekst, n.l. “Hij werd neergeschoten door zijn stadsgenoten. Maar hoe dan ook, woudpoortsbrugde namen staan dus niet vermeld, hoewel er ruimte genoeg was voor die 17 namen. Omdat ikzelf niet wist hoe dit monument er precies uitzag, was ik in de veronderstelling dat deze plaat met namen verwijdert  en gebroken was. Maar die plaat is er gewoon nooit geweest. In ieder geval is het weer eens  een vreemd toeval dat ik dit incomplete monument in mijn bezit heb, en dan toevallig een boek lees waar dit monument in beschreven wordt en waar in feite ook een Broekster naam op hoort te staan. Want het is dieptriest dat de namen van de 20 gefusilleerde personen er wél  op staan terwijl een groot deel niet eens uit Fryslân kwam, en dat Piet Eekhoff en Oege Monsma  NIET op dit monument vermeld worden. Gelukkig worden zij nu met de overige 15 personen enigszins gerehabiliteerd door het overzicht in het boek van Reinder H. Postma.

Geef een reactie