De gulden

Enige tijd geleden werd plotseling het weiland tegenover onze woning omgeploegd. In de loop van de dag werd het weiland met een kilverbak weer uitgevlakt, en werden de goten weer aangebracht.  Ineens kwam het verhaal van de gulden weer

bij mij op. Later die dag zei ik nog tegen mijn vrouw: “Nu is die gulden dan echt ondergeploegd”. Het verhaal van de gulden speelt zich ergens af in de jaren 90 van Hoofdwegde vorige eeuw, en gaat eigenlijk over mijn vader. Hij was vrijwel zijn hele leven zelfstandig ondernemer, en handelde eigenlijk overal wel in. Nadat hij was afgekeurd  handelde hij hoofdzakelijk nog in stacaravans en goederen die te verhandelen waren zonder er al teveel werk aan te besteden.  Dit verhaal gaat echter over een houten roeibootje. Het bootje lag in het Buitenveld, aan de zuidkant van het betonnen bruggetje vlak voor “Jappie Omleiding”. Het was ooit op de kant getrokken, en lag er al jaren. Het was dan ook al helemaal aan het oog onttrokken door onkruid en riet. En omdat het aan de andere kant van de sloot lag, had mijn vader niet de moeite genomen om het bootje goed te bekijken. Hij had het bootje ongezien gekocht voor f 100,00.  Hij bood mij het bootje te koop aan. Maar omdat hij het bootje niet goed had bekeken, kon hij niet goed antwoord geven op mijn vragen. Hij wist niet eens of er wel of niet roeispanen aanwezig waren. Er zat dus niets anders op dan het bootje zelf maar eens te inspecteren. Het bootje bleek door en door verrot, en door de droogte finaal uiteen getrokken te zijn. Brandhout. De volgende dag sprak ik mijn vader en hij hield zijn hand op met de vraag “Wat kan ik netjes vangen voor het bootje?”.  Ik gaf hem een gulden, en vertelde hoe het bootje erbij lag. Hij keek mij aan, en gooide vloekend de gulden in het weiland naast ons. Hij dacht echt dat ik hem te grazen wilde nemen, maar de waarheid was toch echt anders! We hebben er later vaak om gelachen, en zeiden dan wel eens tegen elkaar dat het weiland naast ons zeker 1 gulden waard was. Maar op 13 mei j.l. werd de gulden dus de diepte in geploegd.  De dag daarop komt er iemand bij ons het erf oplopen, en vraagt van wie het omgeploegde perceel weiland is. Hij wilde met een mijndetector het perceel afzoeken, en had toestemming nodig. Diezelfde middag was hij er weer, nu met een detector. Hij had toestemming gekregen. “Dan vind je in ieder geval 1 gulden” zei ik tegen hem, en vertelde hem het verhaal. De beste man heeft enkele uren op de zwarte grond rondgelopen, en ik zag hem geregeld in de weer met zijn schop. 

En op zich is dat natuurlijk niet zo verwonderlijk, want het is een onderdeeltje van wat in de volksmond Het Labadisterbosk heet. Ooit was de streek rond onze huidige woning bebouwd met kleine arbeiders woninkjes en een paar keuter boerderijtjes. Maar alles is zo met de jaren verdwenen,  en alleen foto’s herinneren nog aan deze streek.  Op het perceel omgewoelde grond stond ooit een boerderijtje (gesloopt in 1960, zie foto) en het is dan ook wel te verwachten dat er nog spullen in de grond zitten. Natuurlijk veel spijkers en ondefinieerbare verroeste voorwerpen, maar aan het einde van de dag liet hij mij toch een aantal leuke zaken zien: muntjes, gespen, knopen en nog veel meer voorwerpen. Maar helaas geen gulden. Ik had het zo graag gewild, gewoon om het verhaal. Niet om de waarde, want net als zo velen in ons land hebben wij nog wel wat muntgeld uit de periode van voor de Euro. Ook nog wel een paar guldens. Maar niet die ene gulden!

 

Geef een reactie