Vismaat.

Soms maak je van die dingen mee die je je leven lang bijblijven. Zoiets had ik gisterenavond. Ik had mijn kleinzoon een poosje geleden al eens beloofd dat wij met z’n beiden zouden vissen. Geen vader mee, geen moeder, geen zusje en ook geen oma: gewoon twee stoere vissers. En gisteravond was het gewoon prachtig weer daarvoor, bijna geen wind, zonnig en  in de schoolvakantie. Dus het manneke opgehaald en rechtstreeks naar De Falom waar een prachtige stek is voor zon ukje van 6 jaar:  een prachtige houten vissteiger, eigenlijk bedoelt voor mindervaliden/invaliden. Maar er was verder niemand zodat wij de hele steiger tot onze beschikking hadden. Ik had een oude hengel ingekort tot 2 delen zodat het niet te zwaar zou zijn, en de vislijn ook mooi kort20200720_190953 gehouden.Nu had ik het voordeel dat die praatjesmaker nog nooit zelf een vis had gevangen, en daarom alles mooi rustig uit kon leggen. En hij deed toch zo z’n best om mij na te doen: zachtjes praten, niet teveel lawaai maken, hengel achteraan vasthouden, de lijn een beetje strak trekken bij beet, enz. Maar het duurde niet al te lang voor de babbelbox weer begon: “Hé, een eend, wat doet die hier?”  Die woont hier, gewoon doorgaan met vissen. “Hé, er lopen allemaal soort spinnen op het water”. Ja, dat hoort zo, die wonen hier ook. “Hé, er zit allemaal poep aan mijn draad”. Nee jonge, dat zijn loodjes om de dobber rechtop te houden. “Hé opa, je hoeft niet te zeggen wanneer ik hem op moet halen, want dat zie ik zelf wel”. Oké jonge. Nu had ik hem al een paar maal voorgedaan hoe je op moet halen bij beet: niet te langzaam maar ook niet te snel omdat anders de lijn achter in de bomen hangt of achter in de trui of jas. Maar ineens haalt hij keurig netjes op, en vangt zijn eerste vis in zijn korte leventje. Zo trots als een pauw, en bijna fladderend van 20200720_192139opwinding. En natuurlijk durfde hij het spartelende beestje niet beet te pakken. En daarna had hij het hoogste woord. “Hé opa, ik kan al heel goed vissen toch?” Ja jongen. “He opa, ik wil later nog wel steeds politieagent worden maar ook vissersman, want ik kan al heel goed vissen en het kan wel bij elkaar” Goed jongen, dat is mooi. “Hé opa, als jij nog niet naar huis wilt, hoef ik dat ook niet”.  Goed jongen, dan wachten we nog even. Hij had de smaak te pakken en wilde blijven. Bovendien riep hij tegen iedereen die langs liep, reed en in bootjes voorbij kwamen dat hij aan het vissen was! Kijk, dat is het bewijs dat het allemaal niet groots, duur of bombastisch hoeft te zijn zoals in pretparken. Gewoon een oud hengeltje, een stukje oud brood en een lokaal viswatertje. Maar mijn beloning kwam nog: : Hé pake, ik sil dizze dei nooit ferjitte”.  (Hé opa, ik zal deze dag noooooooooooit vergeten). En even moest ik denken aan dat reclamespotje van Fisherman’s Frends, toen mijn ogen lichtelijk vochtig werden.

Geef een reactie