Aldermalst!

Het was even de stille kant het naast, maar nu raast het toch van de daken. En dan gaat het vanzelfs om dat coronavirus waar elk en één het over heeft. Persoonlijk wonen wij nogal op de ruimte en hebben wij niet al teveel gedoente met het mensdom maar zoals het nu gaat gaat het vanzelfs niet goed. Deze week moesten de vrouw en ik even naar de super, maar daar staat nu een teller bij de deur. Nu ken ik de ouden van deze en die hadden ook al niet al teveel olie in de lamp, dat ik heb hem dan ook niet al te b1hoog. Maar goed, de vrouw mocht er wel in en ik niet en dat was niet zo mooi omdat zij minne knibbels heeft en niet te zwaar tillen mag.  En toen ik hem dat even wilde uitleggen riep hij ineens dat ik anderhalve meter afstand houden moest. “Nou, dan loop je toch achteruit” raasde ik tegen hem. Kijk, wij zijn al geen beste klanten van de super omdat we zelf nog een beste hoek bouw hebben zodat wij geen aardappels en groenten en zo hoeven. Wij hebben zelf nog wat kippen om lopen en hoeven dus niet de meeste kruidenierswaren. En dan zijn ze niet zo toeschietelijk. En al met al gaat het vanzelfs ook nergens over, want wij hebben verders nooit wat en zijn nog goed bij soep en stuit. Wij hebben alles al eens gehad en dan zegt zo’n griepje ook niks. Ach, er is wel eens wat, maar die nieuwerwetse dokters hebben hedentendage ook niet meer alteveel verstand van zaken, en een beetje verhoging heet nu koorts, en als je een beetje benauwd op de borst bent moet je al één of ander pompje hebben. Kijk, wij smeren dan gewoon even wat boerenboter op de borst en dan de volgende ochtend gewoon weer aan het werk. In onze tijd was een dokter nog een dokter en die was er ook altijten. Op het heden zijn ze net zo vaak op vakantie als dat de kinderen schoolvakantie hebben!  En die van ons kende ons ook echt, want die had ons vanzelfs ook op de wereld geholpen. Nu is het zo’n beetje zo gelegen dat er heeltijd meer mensen áchter de balie zitten en omdiedelen dan er dokters zijn, en niet één die ons nog kent. Maar goed, de super. Bij eindjebesluit mochten wij mee de winkel in als wij dan maar anderhalve meter bij een ander weg blijven zouden. Nu hebben wij een timmermansoog, dat ik had al heel rap in het oog dat niet elkenéén weet wat anderhalve meter is. Dat ik zei  tegenNunspeet-Apotheek-neemt-maatregelen-13032020-IMG_20200313_160647-scaled zo’n opsluipende vakkenvuller dat hij aan de kant moest omdat ik eraan kwam, maar dat hoorde hij niet omdat hij zo’n nieuwmoderig muziekgeval  op de oren had. Nu lopen wij al ons hele leven op klompen, en een hele bulte mensen zien dan nuiver op dat er wat stront aan de klompen hangt.  Vroeger ging die stront gewoon over de tuin en over de bouw voor de groei, maar nu is het niet anders of dat er virussen aan de klompen zitten! “ Maar rap even betalen en eruit”, maar dat was ook wel weer wat want nu weer die anderhalve meter en wat mij nog meer van het stuk bracht was dat stuk plastiek voor de kassa. Dat was tegen de flijbe zei het kassameisje.  Nu hebben wij altijd een pruimpje achter de kiezen, dat mijn flijbe is nogal bruin. Dat wanneer wij flijben, is dat wel te zien. Maar er kwam niks op de plastiek spatlap.  Nu zijn mijn ogen niet al te alte meer, maar op de binnenkant zat wél flijbe van het meisje. Zij praatte dus met consumptie! Voor uw en onze veiligheid stond er nog bij. Nou, dat was duidelijk.

Geef een reactie